Anoniem bellen met prepaidkaart kan niet meer

09.01.2017

Anoniem bellen met een prepaidsimkaart kan niet meer. Iedere gebruiker zal zich voortaan moeten registreren. Ook wie vroeger zo’n kaart kocht. Wie dat niet doet, wordt afgesloten.

Met deze maatregel wil de wetgever meer controle krijgen over de gebruikers van herlaadkaarten. De kaarten zijn immers eenvoudig te verkrijgen zonder enige vorm van identiteitscontrole. Ze vormen dan ook een populair communicatiemiddel in criminele milieus. En ook bij de recente terreuraanslagen werden herlaadkaarten vaak gebruikt. Op 18 november 2015, na de aanslagen in Parijs, werd de knoop daarom doorgehakt om de anonimiteit van prepaidkaartgebruikers af te schaffen. De procedure krijgt nu een juridische basis in de Wet op de elektronische communicatie. ln77391-190 En de regering zorgt ook meteen voor de nodige uitvoeringsbepalingen zodat de regeling ook meteen kan worden toegepast.

Nieuwe én oude gebruikers
Telecomoperatoren zijn voortaan verplicht om de eindgebruikers van prepaidkaarten te identificeren. Alle eindgebruikers, dus ook diegenen die een kaart hebben gekocht voor 17 december 2016 (de datum van inwerkingtreding van de nieuwe regels). Al geldt voor de registratie van deze oude gebruikers wel een overgangsperiode. De operatoren kiezen zelf de registratietermijn, maar tegen 7 juni 2017 (uiterlijk 6 maanden na publicatie van het KB van 27 november 2016) moeten alle oude gebruikers bekend zijn. Kaarten van niet-geïdentificeerden worden afgesloten.
Er geldt een specifieke overgangsregeling voor prepaidkaarten die door de telecomoperatoren werden geactiveerd en verdeeld in de verkooppunten voor 17 december 2016.
Voor nieuwe gebruikers geldt de identificatieplicht onmiddellijk. Telecomoperatoren mogen nieuwe prepaidkaarten pas activeren na identificatie van de eindgebruikers.
Buitenlandse ondernemingen
De nieuwe regels zijn van toepassing op alle voorafbetaalde kaarten die verbonden zijn met een Belgisch MSISDN, met een Belgische IMSI of met allebei. Ze gelden ook voor de prepaidkaarten van buitenlandse ondernemingen die in België worden verkocht. De regeling heeft geen betrekking op de levering van wifi, noch op ‘machine tot machine-communicatie’.
Uitzonderingen
Identificeren is verplicht, of de kaart nu aangekocht wordt door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon. Al geldt hierop wel een uitzondering voor aankopen door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de politiediensten en de overheden die de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie zijn aangewezen in een besluit.
Identificatiemethode
De wet laat verschillende identificatiemethoden toe:
registratie wanneer de eindgebruiker fysiek aanwezig is in een verkooppunt. De koper is dan verplicht om een geldig identiteitsdocument voor te leggen. Dat kan een Belgische identiteitskaart zijn, maar ook andere documenten die het rijksregisternummer vermelden zijn toegelaten (zoals een aanslagbiljet van de FOD Financiën). Ook documenten met daarop het ‘Bis-nummer’ van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid worden beschouwd als geldig identiteitsdocument;
online-identificatie via de elektronische identiteitskaart;
registratie via een aanbieder van een identificatiedienst. Een derde ten opzichte van de eindgebruiker, het verkooppunt en de telecomoperator die in zijn eigen naam in contact komt met de eindgebruiker om de identiteitsgegevens te verzamelen en door te sturen naar de telecomoperator.
Telecomoperatoren moeten minstens één geldige identificatiemethode gebruiken. Ze zijn dus niet verplicht om ze allemaal toe te passen. Voor elk van de methoden gelden specifieke do’s and don’ts.
Komen de operatoren na activatie van de kaart tot constatatie dat de gebruikers niet (meer) correct geïdentificeerd zijn, moeten ze onmiddellijk de nodige maatregelen nemen.
Ook foto’s van gebruikers
Telecomoperatoren, verkooppunten en leveranciers van een identificatiedienst mogen Belgische identiteitskaarten elektronisch inlezen, inscannen of er een kopie of foto van nemen. Ook van de foto en het nummer op de kaart. De foto moet evenwel vernietigd worden nog voor de activering van de prepaidkaart.
Identiteit én adres
De operatoren bewaren zowel de identiteitsgegevens van de eindgebruikers (naam en voornaam, geslacht, nationaliteit, geboorteplaats- en datum) als hun adres, e-mailadres, telefoonnummer, rijksregisternummer, het nummer van het identiteitsstuk, de referenties van de betalingstransactie, het verband van de prepaidkaart met het product waarvoor de gebruiker al geïdentificeerde is, de foto van de eindgebruiker (maar alleen voor andere documenten dan de Belgische identiteitskaart).
Systematische controle
Volgens de nieuwe regels zijn telecomoperatoren verplicht om systematisch en vóór de activering van de prepaidkaart te verifiëren of de Belgische identiteitskaart niet werd gestolen of voorwerp is van fraude. Momenteel zijn ze echter niet in staat om die tests systematisch uit te voeren. De regering geeft hen daarom een half jaar de tijd om zo’n systeem in te stellen. Maar vanaf 1 juli 2017 zijn ze dus verplicht om deze systematische tests uit te voeren.
Verbod om kaart aan derden te geven
Geïdentificeerde gebruikers mogen hun actieve prepaidkaart niet aan een derde geven, behalve aan iemand van hun familie, aan hun echtgeno(o)t(e)n of een persoon met wie een verklaring van wettelijk samenwonen is afgelegd, aan een persoon van wie ze voogd zijn, aan een derde die zich vooraf bij de telecomoperator heeft geïdentificeerd, aan natuurlijke personen die diensten verricht voor de rechtspersoon die de kaart heeft aangekocht of wanneer ze de kaart hebben gekocht voor rekening van de inlichtingen-en veiligheidsdiensten, de politiediensten of de aangewezen overheden.
Diefstal en verlies
Eindgebruikers zijn verplicht om de telecomoperator in te lichten wanneer ze hun kaart kwijt zijn of wanneer hun kaart gestolen is. En dat binnen de 24 uur. De telecomoperator maakt de kaart onmiddellijk na melding onbruikbaar.

 Bron:Wet van 1 september 2016 tot wijziging van artikel 127 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en van artikel 16/2 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst, BS 7 december 2016.

Bron:Koninklijk besluit van 27 november 2016 betreffende de identificatie van de eindgebruiker van mobiele openbare elektronische-communicatiediensten die worden geleverd op basis van een voorafbetaalde kaart, BS 7 december 2016.